(CAO Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer). 73 .. As from 1 September , all temporary employment agencies or payroll .. Functiewaardering Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele. Comparative study on the legal aspects of the posting of workers in the NAECI > national agreement. .. 31 Article 2 of the CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de. Beroepsvervoer over de Weg. (Industry-wide Road Haulage Pension Fund. Foundation). Page 2. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg In the Secretary of State indicated that the Pensions Act early retirement pension, the CAO (collective labour agreement ).

Author: Nekinos Kazrashicage
Country: Turkey
Language: English (Spanish)
Genre: Relationship
Published (Last): 14 March 2009
Pages: 318
PDF File Size: 4.26 Mb
ePub File Size: 7.78 Mb
ISBN: 227-8-41995-792-6
Downloads: 93704
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Mazut

Direct naar inhoud Direct naar navigatiemenu. Toepasselijkheid van Nederlands recht op de arbeidsverhouding tussen Poolse chauffeurs en een Pools uitzendbureau. Het geding in eerste aanleg zaaknr. Voor het beroepsgoederenvervoee in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het tussenvonnis van 26 januari ovre Bij memorie van grieven heeft [appellante] tien grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd.

FNV cxo ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen als gevolg van het ontbreken van een belang. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd. Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

FNV is partij bij de cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. De aandelen van deze vennootschap worden gehouden door de eveneens in [vestigingsplaats] gevestigde houdstervennootschap [houdstervennootschap], die tevens enig bestuurder is van [appellante].

De heer [algemeen directeur en enig aandeelhouder van [houdstervennootschap]] hierna de heer [algemeen directeur en enig aandeelhouder van [houdstervennootschap]] is algemeen wrg en enig aandeelhouder van [houdstervennootschap]. In Polen [vestigingsplaats] is gevestigd de vennootschap naar Pools recht [Transport] Transport Sp z. De aanwijzing is op 24 maart verleend door de Minister van Verkeer en Waterstaat in Nederland.

ECLI:NL:GHSHECA, voorheen LJN CA, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, HD

Vanaf 24 20122 worden nieuwe chauffeurs enkel nog bij [appellante] als uitzendkracht te werk gesteld op basis van een arbeidsovereenkomst met [Transport PL]. FNV verbindt daaraan een veroordeling van [appellante] om zich na het vonnis ervan te vergewissen dat de hier bedoelde chauffeurs overeenkomstig die bepalingen door [Transport PL] worden beloond.

Subsidiair vordert FNV een verklaring voor recht dat op de hiervoor genoemde arbeidsovereenkomsten artikel 46 van de algemeen verbindend verklaarde Cao voor uitzendkrachten van toepassing is.

Zij verbindt daaraan een soortgelijke veroordeling als onder het primaire is gevorderd beroepgsoederenvervoer een in hoogte gelijke schadevergoeding. Subsidiair is op grond van de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs WAADI de cao beroepsboederenvervoer Uitzendkrachten van toepassing op deze arbeidsovereenkomsten met onder meer als gevolg de geldendheid van Nederlands minimumloon.

Immers, zo stelt FNV, de betreffende Poolse werknemers worden vanuit Nederland aangestuurd, terwijl gebruik gemaakt wordt van in Nederland verstrekte vervoersvergunningen en vrachtwagens met Nederlandse kentekens.

Verder vinden de 20012 uitsluitend plaats ten behoeve van [appellante]. Bovendien heeft het merendeel van de door hen te verrichten ritten betrekking op Nederlandse opdrachtgevers.

Legal Study PWD

Daarmee is Nederland het land waar de arbeidsovereenkomsten dermate nauw mee verbonden zijn, dat de in Nederland geldende dwingende bepalingen respectievelijk voorrangsregels van toepassing zijn. Deze regelgeving brengt met zich mee dat [Transport PL] gehouden is de betreffende chauffeurs te belonen overeenkomstig de CAO Beroepsgoederenvervoer dan wel subsidiair de cao voor Uitzendkrachten. FNV en haar leden lijden schade als gevolg van dit onrechtmatig handelen c.

Voor beroepsgoedwrenvervoer geldt dit te meer nu er in de relatie tussen [appellante] en bedoepsgoederenvervoer PL] sprake is van een intra concern uitlening van personeel en [Transport PL] een volledig 212 [appellante] afhankelijke vennootschap is. Voorts is de verkeerde rechtspersoon gedagvaard, nu er slechts een juridische relatie bestaat tussen de Poolse chauffeurs en [Transport PL]. De vordering is verder qua plaats en tijd te onbepaald, nu FNV nalaat aan te geven waar de arbeid van de betreffende chauffeurs gewoonlijk wordt verricht.

Evenzeer is nagelaten aan te geven in welke periode onrechtmatig is gehandeld. De ritten beginnen meestal in Polen en eindigen veelal in een West-Europees land. De standplaats van de Poolse chauffeurs is niet in Nederland [vestigingsplaats]. Dat zij daar een enkele keer verblijven is onvoldoende om aan te nemen dat Nederland kan worden beschouwd als de plaats van waaruit de werkzaamheden gewoonlijk worden verricht.

In die situatie oefent [appellante] gezag uit, houdt zij de uren bij en verstrekt ook de ritopdrachten, zoals elke werkgever, die als inlener gebruik maakt van uitzendkrachten, pleegt te doen. Nederland is niet aan te merken als het land waar de betreffende chauffeurs hun werkzaamheden verrichten en evenmin het land van vestiging van de onderneming die de chauffeurs in dienst heeft genomen. Gezien het bepaalde in artikel 6 leden 1 en 2 EVO zijn daarom de dwingendrechtelijke Nederlandse bepalingen ook niet van toepassing.

Het gebruik van een uitzendconstructie is volkomen legaal. Het staat [appellante] vrij om bij natuurlijk verloop onder haar Nederlandse chauffeurs welke buitenlandse werknemer dan ook via een arbeidsovereenkomst of via een inleen daarvoor in de plaats te stellen.

  AIEPI COMUNITARIO COLOMBIA PDF

Het is bovendien helemaal niet duidelijk dat de betreffende chauffeurs minder verdienen dan waar zij op grond van de Nederlandse regelgeving aanspraak kunnen maken. De kantonrechter heeft de primaire vorderingen van FNV toegewezen met uitzondering van de door FNV geclaimde schadevergoeding. De kantonrechter verwierp het verweer dat de verkeerde rechtspersoon was gedagvaard, omdat de vordering van FNV immers is gebaseerd op een onrechtmatig handelen van [appellante] jegens FNV, en niet op grond van een handelen in strijd met een – overigens niet bestaande – overeenkomst tussen [appellante] en de betreffende Poolse chauffeurs.

FNV heeft ook een belang bij deze vordering, zelfs als de Poolse chauffeurs geen lid zijn van FNV, gelet op haar statutaire doelstelling en zij daarbij staat voor handhaving van de door haar gesloten en algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen jegens een ieder.

Zij verricht vergunningsplichtig vervoer over de weg. De uitzonderingen genoemd in artikel 1 onder B de bedrijfstak-cao of bedrijven die bouwwerkzaamheden uitoefenen is niet van toepassing. Hiermee is nog niet gezegd dat de CAO van toepassing is op de rechtsverhouding tot in Polen wonende, in Europa werkende, uitzendkrachten van een Pools uitzendbureau. Toepassing van de CAO op de arbeidsverhoudingen kan in de bedoelde individuele arbeidsovereenkomsten besloten liggen, hetzij doordat in het contract de CAO van toepassing wordt verklaard, hetzij omdat krachtens het EVO Nederlands recht van toepassing is.

Wanneer aldus op de rechtsverhouding tussen [Transport] NL en haar Poolse chauffeurs Nederlands recht van toepassing is, dan ligt daarin weer besloten dat ook de algemeen verbindend verklaarde CAO, als behorende tot de Nederlandse rechtsregels, in beginsel op deze arbeidsverhoudingen van toepassing is.

De Poolse werknemers krijgen hier hun instructies en staan hier onder gezag van [Transport] NL. Hier te lande hebben zij veelal hun standplaats te [vestigingsplaats]. Ook in [vestigingsplaats] is de staking uitgebroken, die alleen met [Transport] NL en niet met enige Pools bedrijf is uitgevochten. Op grond hiervan oordeelt de kantonrechter dat, zou er geen rechtskeuze zijn gedaan, Nederlands recht van toepassing is omdat hier te lande het centrum van de werkzaamheden is.

Voor de periode dat er geen AVV-CAO is, is de Wet minimumloon, de wettelijke vakantiebijslag en de vakantiedagen als bedoeld in artikel 7: De kantonrechter overweegt dat dit niet het geval is nu het hier een buitenlandse uitzendonderneming betreft die — gelet op de identiteit van de bestuurder — niet anders dan op de hoogte moet zijn van de hier te lande geldende regelgeving. De kantonrechter dient vervolgens de vraag te beantwoorden of dit een onrechtmatige daad jegens FNV oplevert.

De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigd dient te worden beantwoord. Daartoe wordt als volgt overwogen. Daarmee staat de onrechtmatigheid van het handelen reeds vast. Immers, door de Poolse chauffeurs op basis van een lager loon te laten werken, kunnen Nederlandse chauffeurs daardoor hun baan verliezen. Tegen al deze beslissingen komt [appellante] op.

Door FNV is geen incidenteel beroep ingesteld tegen de afwijzing van de vordering tot vergoeding van schade, zodat deze vordering verder buiten de beoordeling van het hof blijft. Eveneens blijven buiten de beoordeling de door [appellante] in hoger beroep ingestelde vorderingen als hiervoor verwoord onder rov. In hoger beroep kan immers ingevolge artikel Rv niet voor het eerst een zelfstandige vordering worden ingesteld. Tot een verklaring voor recht kunnen ze echter niet leiden. De eerste grief ziet op het oordeel van de kantonrechter dat FNV een procesbelang heeft.

Ter toelichting op de grief betoogt [appellante] dat het aanspannen van een procedure haaks staat op het statutaire doel van FNV om te komen tot een rechtvaardige verdeling van werk, waarbij verder FNV niet kan ageren op grond van artikel 3: Een aantal Poolse werknemers heeft, blijkens de overgelegde verklaringen, er inmiddels ook blijk van gegeven niet met een procedure in te stemmen.

Tenslotte is onjuist dat de algemeen verbindend verklaarde CAO-bepalingen jegens eenieder kan worden gehandhaafd, zoals werkgevers in het uitzendwezen en slechts onder bijzondere omstandigheden jegens buitenlandse werkgevers.

Het hof stelt voorop dat vaststaat dat [appellante] noch [Transport PL] is aan te merken als een aangesloten werkgever in de zin van de CAO Beroepsgoederenvervoer.

Aangenomen dat de Poolse werknemers in Nederland zijn gedetacheerd door [Transport PL] het hof komt hier nog op terug betekent dit dat ingevolge artikel 2 lid 6 Wet AVV in combinatie met artikel 3 lid 2 juncto lid 4 van de Wet AVV FNV, als een vereniging van werknemers betrokken bij de totstandkoming van de betreffende CAO, een rechtens te respecteren belang heeft dat de bepalingen uit die CAO, voor zover deze algemeen verbindend zijn verklaard en voor zover deze van eeg zijn, worden nageleefd.

Een dergelijke vordering kan uiteraard in beginsel alleen worden ingesteld tegen de werkgever die de ovfr van die algemeen verbindend verklaarde CAO niet naleeft met betrekking tot de eigen werknemers lees: Daaraan doet niet af dat een aantal Poolse werknemers, dat destijds was gedetacheerd door [Transport PL] bij [appellante], middels de als productie 2 bij memorie van grieven overgelegde verklaringen te kennen heeft gegeven zich niet met deze procedure te kunnen verenigen.

FNV beroepsgoererenvervoer immers een ander en breder belang bij de naleving van een CAO dan een bepaalde individuele werknemer. FNV ageert kennelijk ook niet met een beroep op artikel 3: De grief slaagt niet.

  CIRCUIT DESIGN AND SIMULATION WITH VHDL BY VOLNEI A.PEDRONI PDF

Met de grieven 5 tot se met 9 stelt [appellante] de vraag aan de orde of op de rechtsverhouding tussen [Transport PL] enerzijds en de bij haar [appellante] gedetacheerde Poolse chauffeurs wel enige bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn, zoals de kantonrechter heeft aangenomen, en zo ja welke. FNV heeft dit niet betwist doch eveneens de rechtskeuze voor Pools recht tot uitgangspunt genomen van haar betoog. Het hof ziet zich op de eerste plaats voor de vraag gesteld welke betekenis toekomt beroepsgoederevnervoer de rechtsverhouding tussen [appellante] enerzijds en [Transport 2021 anderzijds.

Berowpsgoederenvervoer is echter naar het oordeel van het hof uit het oogpunt van vrije mededinging op de Europese markt geoorloofd. Het daarbij na te streven doel is uit het oogpunt van concurrentie ook niet onrechtmatig en re op zich ook geen misbruik van het identiteitsverschil tussen beide nauw gelieerde vennootschappen.

Voor de beoordeling beroepsgoederenvervier de onderliggende rechtsvragen neemt het hof daarom een geoorloofd identiteitsverschil aan tussen [appellante] enerzijds en [Transport PL] anderzijds. Voor een volledige vereenzelviging, als bij memorie van antwoord door FNV bepleit met als gevolg dat cap een directe juridische arbeidsrelatie zou bestaan tussen [appellante] en de door haar ingeleende chauffeurs, is in het licht van de bestaande jurisprudentie onvoldoende door FNV gesteld.

Een volgende vraag ziet dan op de kwestie of in dit concrete geval – en te beoordelen in het kader van de door FNV aan [appellante] verweten onrechtmatige gedragingen – niettemin en ondanks de uitdrukkelijke rechtskeuze voor Pools recht enige bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen de betreffende Poolse chauffeurs en hun werkgever [Transport PL].

Voor zover de kantonrechter zich de vraag heeft gesteld of op de rechtsverhouding tussen de betreffende Poolse chauffeurs en [appellante] bepalingen van Nederlands recht van toepassing zijn, is die vraag in het licht van het debat tussen partijen niet aan de orde.

beroepsgoederehvervoer In zoverre slaagt grief 3. Mede onder verwijzing naar de daarin vastgestelde feiten niet bestreden rov. De organisatie van beroepsgoederenverver werkzaamheden inclusief de instructies aan de chauffeurs en de vastlegging van de ritgegevens vindt uitsluitend plaats in [vestigingsplaats], zowel voor wat betreft de binnenlandse ritten in Nederland als wef buitenlandse ritten, zowel die van Nederland naar een derde EU-land als die tussen uitsluitend derde EU-landen.

Een groot aantal ritten, zoal niet de meeste, heeft een directe relatie met Nederland beroepsgosderenvervoer [appellante] dan wel tevens bestemming. Voor zover het hof op grond van de stukken bekend is treedt [Transport PL] eigenlijk nimmer op als opdrachtgever voor internationaal transport.

Veelal waren de chauffeurs van huis in de meeste gevallen ook niet in Polen gedurende drie van de vier weken. BP, waarin de positie van een internationaal chauffeur aan ca orde was in een situatie waarin eveneens een rechtskeuze was gemaakt.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie overwoog onder meer het volgende. Ongeacht artikel 3 kan de rechtskeuze van partijen in een arbeidsovereenkomst er niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest welke hij geniet op grond van de dwingende bepalingen van het recht dat ingevolge het tweede lid van het onderhavige artikel bij gebreke van een rechtskeuze op hem van toepassing zou zijn.

Ongeacht artikel 4 wordt de arbeidsovereenkomst, bij gebreke van een rechtskeuze overeenkomstig artikel 3, beheerst door: Deze verordening is van toepassing op overeenkomsten die op of na 17 december zijn gesloten.

In artikel 8 van verordening nr. Een individuele arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen overeenkomstig artikel 3 hebben gekozen. Deze keuze mag er evenwel niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan aeg afgeweken op grond van beroeepsgoederenvervoer recht dat overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 van dit artikel toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van een rechtskeuze.

Voor zover het op een individuele arbeidsovereenkomst toepasselijke recht niet door de partijen is gekozen, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar of, bij gebreke daarvan, van waaruit de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht. Het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht wordt niet geacht te zijn gewijzigd wanneer de werknemer zijn arbeid tijdelijk in een ander land verricht.

Indien het toepasselijke recht niet overeenkomstig lid 2 kan worden vastgesteld, wordt df overeenkomst beheerst door het recht van het land waar zich beroepsgoederenverver vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen.

Indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst een kennelijk nauwere band heeft met een ander dan het in lid 2 of lid 3 bedoelde land, is het recht van dat andere land van toepassing.